Sashiko handleiding overlappende lijnen en hoeken
Zo krijg je een strak Sashiko-patroon
Wanneer je patronen borduurt waar lijnen elkaar kruisen of bochten maken, zijn er een paar basisregels voor een strakke en traditionele uitstraling.
1. Overlappende lijnen (kruispunten)
Laat de verticale en horizontale steken elkaar niet “doorsteken”. De bovenste lijn “loopt door” en de onderste “onderbreekt”. Dit zorgt voor een duidelijke structuur in het patroon.
Praktisch voorbeeld:
Als je een raster maakt met horizontale en verticale lijnen. Borduur eerst alle horizontale lijnen met gelijke steken. Bij de verticale lijnen laat je bij elk kruispunt een klein “gat” in de steek, zodat ze de horizontale lijn niet onderbreken.

2. Hoeken maken
In hoeken stop je net vóór de bocht met een normale steek. Draai dan de naald en maak de volgende steek in de nieuwe richting. Zo blijft de hoek scherp en het patroon netjes.
Belangrijk:
Maak geen lange steek “om de hoek heen” – dat vervormt het patroon. Houd de steekgrootte consistent, ook in de bochten.

Extra tips
- Begin met patronen waar lijnen niet te veel kruisen.
- Gebruik een patroon met hulpraster of richtlijnen (bijv. geprint op papier of getekend op de stof).
- Oefen eerst het stapelen van steken op rechte lijnen, daarna op kruispunten.
Zo krijg je een strak Sashiko-patroon
Wanneer je patronen borduurt waar lijnen elkaar kruisen of bochten maken, zijn er een paar basisregels voor een strakke en traditionele uitstraling.
1. Overlappende lijnen (kruispunten)
Laat de verticale en horizontale steken elkaar niet “doorsteken”. De bovenste lijn “loopt door” en de onderste “onderbreekt”. Dit zorgt voor een duidelijke structuur in het patroon.
Praktisch voorbeeld:
Als je een raster maakt met horizontale en verticale lijnen. Borduur eerst alle horizontale lijnen met gelijke steken. Bij de verticale lijnen laat je bij elk kruispunt een klein “gat” in de steek, zodat ze de horizontale lijn niet onderbreken.

2. Hoeken maken
In hoeken stop je net vóór de bocht met een normale steek. Draai dan de naald en maak de volgende steek in de nieuwe richting. Zo blijft de hoek scherp en het patroon netjes.
Belangrijk:
Maak geen lange steek “om de hoek heen” – dat vervormt het patroon. Houd de steekgrootte consistent, ook in de bochten.

Extra tips
- Begin met patronen waar lijnen niet te veel kruisen.
- Gebruik een patroon met hulpraster of richtlijnen (bijv. geprint op papier of getekend op de stof).
- Oefen eerst het stapelen van steken op rechte lijnen, daarna op kruispunten.











